PAS , PFAS. Komt het nog goed met de bouw?

Hoe zit het ook al weer met het stikstofprobleem en betekent dit probleem dat de bouw op slot zit? Nee, dat betekent het niet. Met kennis van de achtergrond van PAS en met een goede voorbereiding is het mogelijk om enkele projecten weer vlot te trekken.

We weten dat er een stikstofprobleem is. Althans, er zijn enkele mensen die van mening zijn dat er geen enkel probleem is met de stikstofuitstoot, maar die mening wordt niet gedeeld door wetenschappers. Wat is er aan de hand? Veel menselijke activiteiten zorgen voor uitstoot van stikstof. Van landbouw tot aan het wegverkeer, van industrie tot de bouw. Het zijn niet allemaal dezelfde vormen van stikstof, maar één ding hebben ze gemeen. Het is een meststof voor de natuur.

Als het stikstof in voedselarme gebieden neerslaat, dan zijn er enkele planten die daarvan profiteren en andere planten overwoekeren. Iedere plant en iedere plantensoort heeft zijn eigen inbreng in de biodiversiteit. Als de ene plant ineens snel kan groeien en kan woekeren, de brandnetel is daar een voorbeeld van, dan kan dat ten koste gaan van de diversiteit in een gebied en uiteindelijk zelfs in een land.

Om die diversiteit te beschermen, hebben we in Europees verband afspraken gemaakt over de bescherming van kwetsbare gebieden. De landen hebben een verplichting om de stikstofdepositie in die natuurgebieden te verminderen of zelfs te voorkomen. De intensiteit van de uitstoot en de kwetsbaarheid van de (natuur)gebieden bepalen hoeveel depositie aanvaardbaar is. Dat is de reden dat de norm in Nederland strenger is dan bijvoorbeeld in Duitsland.

In Nederland is in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in het leven geroepen om de stikstofuitstoot te reguleren. De Raad van State heeft hier echter een streep door gezet.  De reden daarvoor is, kort gezegd, dat je op grond van het PAS rekening kon houden met onzekere toekomstige gebeurtenissen en algemene maatregelen van de overheid om aan te geven dat op termijn de stikstofuitstoot zou verminderen. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning kon men met een beroep op het PAS dus aangeven dat de stikstofuitstoot op termijn zou verminderen, ondanks dat dat onvoldoende zeker was. Als een project voldeed aan de criteria uit het PAS, dan hoefde er geen vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet te worden aangevraagd. Daar heeft de Raad van State een eind aan gemaakt.

Op 23 oktober 2019 heeft de Raad van State nog een uitspraak gedaan over een bouwplan voor 19 woningen. De vergunning hiervoor was verleend in 2016, toen het PAS nog onverkort gold. Er is in de omgevingvergunning verwezen naar het PAS, waardoor een vergunning op grond van de (toen nog) Natuurbeschermingswet (Nbw) niet nodig zou zijn. Die redenering gaat niet meer op en daarom kan de omgevingsvergunning niet worden gebruikt. De Raad van State oordeelt verder dat de aanvrager in de gelegenheid moet worden gesteld om een vergunning op grond van de (thans geheten) Wet natuurbescherming aan te vragen.

Dit betekent dus dat niet alle bouwprojecten stil liggen of stil zouden moeten liggen. Bij de bepaling van de stikstofdepositie door een bouwproject moet rekening worden gehouden met de uitstoot tijdens de bouw, maar ook met de uitstoot tijdens het gebruik van het werk. Als aangetoond kan worden dat door bijvoorbeeld een slimme manier van werken, het gebruik van nieuw en zuinig materieel en het creëren van energiezuinige of energieneutrale gebouwen de depositie per saldo daadwerkelijk vermindert, dan kan naast de omgevingsvergunning, ook de noodzakelijke vergunning op grond van de Wet natuurbescherming worden afgegeven.

Per project moet maatwerk geleverd worden. De adviescommissie onder leiding van Johan Remkes heeft aangegeven dat er een gebiedsgerichte aanpak moet komen. Daarbij wordt rekening gehouden met het project zelf, maar ook met de stikstofgevoeligheid van de omgeving. Met een zekerheid tot het terugdringen van de totale stikstofdepositie mag nog steeds wel rekening gehouden worden. Inmiddels zijn de eerste projecten ook al wel weer vergund. Het vraagt van de ontwikkelaar, of de aanvrager van de vergunning en van de overheid een andere blik op de materie, maar het kan. Dat heeft ons kantoor al een aantal malen met succes laten zien.

Of en hoe de politiek een oplossing kan bedenken die, net als het PAS voorheen, gebruikt kan worden voor alle activiteiten en die recht doet aan de belangen van alle sectoren, zullen we nog zien. Met een gebiedsgerichte aanpak, maatwerk en een goede rekenkundige onderbouwing is op dit moment nog wel het een en ander mogelijk.

Dit is niet het enige probleem dat moet worden opgelost. Er is een ander probleem, dat in potentie net zo groot of zelfs groter is, PFAS.  Daarover later meer.

Thema's: Bouw en vastgoed, Bouwen, Publiek private samenwerking en Vastgoed
Advocaat: mr. Rudolf Knegtering

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Illegaal vuurwerk, een gevaar voor huurders
    Lees meer
  • Minder dwang, meer zorg!
    Lees meer
  • De Hoge Raad hakt de knoop door: slapende dienstverbanden zijn niet toegestaan
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok