Mag een patiënt zonder toestemming van zijn curator of mentor klagen bij het Tuchtcollege?

Een patiënt die onder curatele is gesteld of ten aanzien van wie het mentorschap is uitgesproken, dient in beginsel de beslissingen over persoonlijke verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding over te laten aan de curator respectievelijk de mentor. Maar wat betekenen curatele en mentorschap voor de mogelijkheid van de patiënt om zelf een tuchtrechtelijke klacht in te dienen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, zonder toestemming van de mentor of curator?

Wat blijkt? Er zijn twee stromingen binnen de tuchtrechtspraak die haaks op elkaar staan.

Leer van de wilsbekwaamheid
De overheersende leer in de tuchtrechtrechtspraak leek die van de wilsbekwaamheid. Dat betekende dat de onder curatele of mentorschap gestelde patiënt zelf en dus ook zonder toestemming van de curator of mentor mocht klagen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Daarop mocht alleen een uitzondering worden gemaakt indien het aannemelijk was dat de patiënt ten aanzien van het indienen van de klacht wilsonbekwaam was. Deze lijn is meerdere keren gevolgd door regionale tuchtcolleges en werd nog weer bevestigd in de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 7 december 2017. De onderbouwing voor deze leer wordt gevonden in artikel 1:454 BW, waarin staat de mentor bevordert dat de betrokkene rechtshandelingen en andere handelingen zelf verricht, indien deze tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat kan worden geacht. Op grond van artikel 1:381 lid 4 BW (waarin de artikelen 1:453 en 1:454 BW van overeenkomstige toepassing worden verklaard) geldt hetzelfde voor een patiënt die onder curatele is gesteld, voor zover het gaat om aangelegenheden betreffende verzorging, verpleging en behandeling.

Leer van de veronderstelde wil uitgeoefend door curator of mentor
De leer van de wilsbekwaamheid correspondeert niet met de uitspraak van het Centraal Tuchtcollege 24 november 2016  waarin op basis van artikel 1: 453 BW wordt beredeneerd dat in het algemeen ervan uit mag worden gegaan dat de mentor de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij er sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. De omgekeerde redenatie dus. Op 15 mei 2018 oordeelde het Centraal Tuchtcollege ook in die lijn. Het Centraal Tuchtcollege oordeelde in deze zaak wederom dat de curator de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij er sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. Het Centraal Tuchtcollege was in dat geval van oordeel dat voor de ontvankelijkheid in beroep in ieder geval is vereist dat de curator van de patiënt, als zijn vertegenwoordiger in rechte, instemt met het beroep. Op basis van deze uitspraken zijn er diverse regionale tuchtcolleges geweest die een patiënt niet-ontvankelijk verklaarden vanwege slechts het ontbreken van toestemming van een mentor of een curator. Een jaar geleden nog, op 22 januari 2019, heeft het Regionaal Tuchtcollege Den Haag in deze lijn geoordeeld.

Heersende leer?
Met de uitspraken van 15 januari 2019, 5 februari 2019 en 26 september 2019  is het Centraal Tuchtcollege bewust of onbewust weer teruggekeerd naar de leer van de wilsbekwaamheid. Dat betekent dat als hoofdregel nog steeds, of weer, heeft te gelden dat een patiënt die een mentor heeft of onder curatele staat, zonder toestemming van de mentor of de curator een tuchtklacht mag indienen. En dat op deze hoofdregel slechts een uitzondering kan worden gemaakt indien aannemelijk is dat de patiënt ter zake van het al dan niet indienen van een klacht wilsonbekwaam is. Slechts indien daarvan voldoende is gebleken, is een patiënt niet-ontvankelijk. Van een dergelijke uitzondering was sprake in de uitspraak van 26 september 2019. 

Conclusie
Het is jammer dat het Centraal Tuchtcollege in deze meest recente uitspraken niet expliciet afstand heeft genomen van de eerdere en afwijkende uitspraken van 2016 en 2018. Die uitspraken lijken een foutje te zijn geweest, maar hebben wel tot gevolg gehad dat regionale tuchtcolleges in die lijn hebben geoordeeld en slechts wegens het ontbreken van toestemming van de mentor of curator de patiënt niet-ontvankelijk hebben verklaard. Hiermee is een wildgroei aan uitspraken ontstaan.

Wat mij betreft, houden we het bij de laatste uitspraken van het Centraal Tuchtcollege van 5 februari 2019 en 26 september 2019, op grond waarvan er slechts sprake kan zijn van niet-ontvankelijkheid van een patiënt die klaagt zonder toestemming van zijn mentor of een curator wanneer aannemelijk is dat de patiënt ter zake van het al dan niet indienen van de klacht wilsonbekwaam is. Dit doet recht aan de belangen van de patiënt en is het meest in overeenstemming met de wet.

Thema's: Zorg en welzijn en Medisch tuchtrecht
Auteur: mr. Cynthia Grondsma

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Corona-betekening door deurwaarder is rechtsgeldig
    Lees meer
  • Onzekerheid bij aanbestedingen in coronatijd kan worden opgelost
    Lees meer
  • Vacature gevorderde stagiaire of (beginnend) medewerker
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok