Verbond van Verzekeraars presenteert wéér een nieuwe opzetclausule!

Onlangs heeft het Verbond van Verzekeraars de uitgangspunten gepresenteerd voor een nieuwe opzetclausule, waarmee de exacte bewoordingen van de ‘standaard’ opzetclausule inmiddels al voor de derde keer zullen worden gewijzigd. Min of meer directe aanleiding voor de wijziging zal het zogenoemde ‘Shaken Baby’-arrest zijn geweest dat de Hoge Raad op 13 april 2018 heeft gewezen. Daarin heeft de Hoge Raad duidelijkheid proberen te verschaffen over de uitleg van de opzetclausule die is opgenomen in het Standaardpolismodel AVP 2000, zoals die door de meeste verzekeraars in hun aansprakelijkheidsverzekering wordt opgenomen. Hieronder wordt uiteengezet hoe verzekeraars in al die jaren hebben geworsteld met deze beruchte opzetclausule.

Even terug in de tijd, want hoe was het eerst? De opzetclausule – de naam zegt het al – heeft de strekking dat de verzekering geen dekking biedt, wanneer de verzekerde de schade opzettelijk heeft veroorzaakt. Logisch, want geen verzekeraar wil opzettelijk handelen belonen met een uitkering vanuit de aansprakelijkheidsverzekering. Vóór het jaar 2000 heeft de Hoge Raad zich meermaals uitgelaten over de uitleg van de destijds geldende opzetclausules. De eerste luidde als volgt:

“Uitgesloten is de aansprakelijkheid voor schade welke opzettelijk is veroorzaakt”

Naar aanleiding van het in 1975 gewezen Bierglas-arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het vanuit het strafrecht afkomstige voorwaardelijke opzet niet onder deze bepaling viel en dus moest worden uitgekeerd, werd door het Verbond van Verzekeraars de Studiecommissie Opzet opgericht. De Studiecommissie Opzet kwam met een tweede, verbeterde versie van de opzetclausule:

“Uitgesloten is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade, die voor hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen of nalaten.“

De Hoge Raad heeft echter ook deze bepaling in verschillende arresten beperkter uitgelegd dan verzekeraars kennelijk hadden bedoeld. De lijn die door de Hoge Raad werd uitgezet heeft dan ook tot veel kritiek heeft geleid aan de kant van de verzekeraars, omdat volgens hen daarmee de opzetclausule in veel gevallen onterecht zou leiden tot een uitkering. Dit heeft – wederom – geleid tot een wijziging in de bewoordingen van de opzetclausule door het Verbond van Verzekeraars. De tot nu toe vaak door verzekeraars gehanteerde bepaling is opgenomen in het Standaardpolismodel AVP 2000 en luidt als volgt:

“Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade veroorzaakt   door en/of voortvloeiende uit zijn/haar opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten."

In essentie een logische bepaling, mede gebaseerd op de gedachte dat crimineel gedrag niet dient te worden beloond, blijkens de bijbehorende Toelichting. Toch was hiermee de kous niet af, omdat ook bij deze tekst onduidelijkheid ontstond over de vraag welke vormen van opzet van dekking werden uitgesloten. Die onduidelijkheid is deels weggenomen doordat de Hoge Raad op 13 april 2018 het ‘Shaken Baby’-arrest wees.

HR 13 april 2018 - Shaken Baby
De zaak ging over een vader die zijn vijf maanden oude zoon had geschud in een poging om hem te laten stoppen met huilen, ten gevolge waarvan het kind letsel had opgelopen, ook wel het ‘shaken baby syndroom’ genoemd. De vader had een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij Reaal. Reaal werd vervolgens aangesproken om de geleden schade te vergoeden. Reaal deed een beroep op de opzetclausule en stelde dat de vader opzettelijk had gehandeld en dat daarmee de aansprakelijkheidsverzekering geen dekking bood.

De Hoge Raad oordeelt dat de opzetclausule zo moet worden verstaan, dat de gedraging opzettelijk en wederrechtelijk (ofwel in strijd met het recht) moet zijn geweest en dat de schade die daardoor is ontstaan, vanuit objectief oogpunt, als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. Indien het handelen van de verzekerde onder deze definitie valt, dan kan de verzekeraar met succes een beroep doen op de opzetclausule.

Daarnaast laat de Hoge Raad de deur open om een belangenafweging te maken bij toepassing van de clausule zodat redelijke en maatschappelijk aanvaardbare resultaten worden bereikt. Gelet op de maatschappelijke functie die de aansprakelijkheidsverzekering heeft kan in sommige gevallen, vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval, geen beroep op de clausule worden gedaan. De Hoge Raad noemt de ernst van het opzettelijk handelen, de setting waarin de gedraging plaats heeft gevonden, de verwijtbaarheid van de verzekerde en andere persoonlijke omstandigheden als factoren die spelen bij de beoordeling of deze uitzondering van toepassing is.

In deze zaak was er sprake van bijzondere omstandigheden volgens de Hoge Raad. De vader had namelijk tijdens het schudden van zijn baby niet de intentie om de baby letsel aan te brengen, maar hij wilde alleen maar de baby laten ophouden met huilen. Toen hij de ernst van zijn gedrag inzag, hield hij direct op met het schudden. Daarnaast bleek uit het psychologisch rapport dat tijdens de strafzaak was opgemaakt, dat de vader een sterk verminderde persoonlijkheidsstoornis had. Beide omstandigheden hadden tot gevolg dat de opzetclausule in dit geval buiten toepassing moest blijven.

Rb. Den Haag 17 april 2019
De Rechtbank Den Haag heeft vervolgens als eerste rechtbank uitspraak gedaan aan de hand van de kaders die de Hoge Raad in het Shaken Baby-arrest heeft uiteengezet. De feiten waren hier als volgt. Twee buren hadden een verhitte discussie over de vraag of de buurvrouw de zoon van de buurman had geslagen. De discussie escaleerde zodanig dat de man de buurvrouw een duw gaf met beide handen tegen de schouders, waardoor de buurvrouw met haar achterhoofd plat achterover viel op een tuintegel. De buurvrouw werd opgenomen in het ziekenhuis en werd acht dagen kunstmatig in coma gehouden. Voorts bleek uit een onderzoek in het ziekenhuis dat de vrouw een verhoogde concentratie alcohol in haar bloed had van 2,6 ‰. De man is vervolgens strafrechtelijk veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

In het geschil van de man tegenover zijn aansprakelijkheidsverzekeraar Aegon, beroept Aegon zich op de opzetclausule van het Standaardpolismodel AVP 2000. De rechtbank begint met de overweging dat de duw van de buurman opzettelijk was en dat het letsel dat daardoor werd veroorzaakt een te verwachten gevolg is van een duw achterwaarts. De gedraging valt dus in beginsel onder de opzetclausule. Wegens de bijzondere omstandigheden van het geval gaat een beroep op de clausule in dit geval echter niet op.

De rechtbank komt tot dat oordeel omdat er in dit geval geen sprake was van een ‘criminele’ gedraging, waar de opzetclausule op ziet. Het betreft een uit de hand gelopen burenruzie, waarvan de gevolgen van tevoren niet te waren overzien. De rechtbank overweegt daarnaast dat uit niets blijkt dat de buurman de bedoeling had om letsel te veroorzaken. De ernst van het letsel wijt de rechtbank aan pech, waarbij meespeelt dat de vrouw alcohol had gedronken en daardoor in verminderde mate in staat was om de duw op te vangen met een ander deel van haar lichaam. Wegens de bijzondere omstandigheden kon dus ook in dit geval geen beroep door de verzekeraar worden gedaan op de opzetclausule en was zij gehouden om dekking aan de buurman te verlenen.

Uitgangspunten nieuwe clausule
Naar aanleiding van deze jurisprudentie hebben verzekeraars kennelijk wederom de noodzaak gevoeld om de standaard opzetclausule te wijzigen. Met de nieuwe opzetclausule wil het Verbond van Verzekeraars duidelijkheid verschaffen. In de nieuwe clausule zullen de uitgesloten vormen van opzet (opzet als oogmerk, opzet met zekerheidsbewustzijn en voorwaardelijk opzet) worden uitgeschreven, zodat het volstrekt helder welk handelen wel of niet onder de polisvoorwaarden valt. De kern van de clausule is dat als iemand met opzet iets doet of nalaat waarmee hij weet of objectief gezien behoort te weten dat dit tot schade leidt (of redelijkerwijs kan leiden) en hij die handeling toch verricht of nalaat en daarmee de aanmerkelijke kans aanvaardt dat er zaak- of letselschade ontstaat, verzekeraars (de gevolgen) van dit maatschappelijk onwenselijk gedrag niet willen vergoeden. Het Verbond van Verzekeraars zal naar verwachting de definitieve clausule in begin 2020 presenteren.

Conclusie
Zowel de verzekeraar als de verzekerde zijn gebaat bij duidelijkheid over welk gedrag onder de bescherming van de aansprakelijkheidsverzekering valt. Toch blijft bij het verzekeren van aan opzet grenzende gebeurtenissen een zeker spanningsveld bestaan. Enerzijds bestaat de logische gedachte dat crimineel gedrag niet mag worden beloond, anderzijds geldt dat het maatschappelijk wenselijk is dat een verzekeraar zich niet al te eenvoudig kan onttrekken aan haar uitkeringsverplichting. Verzekeraars hebben een zekere vrijheid om te bewoordingen van de opzetclausule zelf op te stellen, maar keer op keer is gebleken dat de rechtspraak niet helemaal meegaat in de oorspronkelijke gedachte van de verzekeraar bij het opstellen van de opzetclausule. Dat is goed nieuws en hopelijk zal de rechter bij de nieuwe opzetclausule het maatschappelijk belang van de aansprakelijkheidsverzekering in het achterhoofd blijven houden. Want waar de verzekerde bij een vriendschappelijk spel voetbal denkt verzekerd te zijn voor een trap tegen een medespeler met alle potentiële letselschade van dien, is het maatschappelijk onwenselijk dat de verzekeraar met een beroep op voorwaardelijk opzet de uitkering al te eenvoudig zou kunnen weigeren.

Thema: Zorg en welzijn
Auteur: mr. Gert-Jan Rauw

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Onzekerheid bij aanbestedingen in coronatijd kan worden opgelost
    Lees meer
  • Vacature gevorderde stagiaire of (beginnend) medewerker
    Lees meer
  • Wie beslist het seizoen betaald voetbal 2019/2020, de KNVB of de civiele rechter?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok