Bitcoin is geen geld

De Bitcoin houdt de gemoederen bezig. Een klein jaar geleden berichtte het Algemeen Dagblad over de Bitcoin en het feit dat Nederland thans de eerste Bitcoinmiljonairs kent, “nerds en studenten”.[1] Zij profiteerden van de enorme waardeontwikkeling van de Bitcoin de afgelopen jaren. De Bitcoin heeft een hoge vlucht genomen, vermoedelijk gevoed door het ‘anti-eurosentiment’. Het Algemeen Dagblad, opnieuw, berichtte in dat verband over een Noor die medio 2009 voor € 18,50 Bitcoins kocht waarvan de waarde medio 2013 was opgelopen tot een bedrag van ongeveer € 600.000,00.[2] In het bijzonder voor deze fortuinlijke Bitcoinmiljonairs is de uitspraak van 14 mei 2014 over de juridische status van de Bitcoin relevant: volgens de Rechtbank Overijssel is de Bitcoin, in juridische zin, geen geld.[3]

De uitspraak verhaalt over een Bitcointransactie, waarbij de één (“A”) 2750 Bitcoins kocht van de ander (“B”) tegen een koopprijs koopprijs ongeveer € 22.000,00. De koopprijs werd betaald, maar A leverde geen 2750 Bitcoins maar slechts 990. Daarmee nam A natuurlijk geen genoegen.

A besloot om de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) te ontbinden, en om in een procedure aanvullende schadevergoeding vorderen. De schade van A zou volgens hem bestaan in schade door koersontwikkeling (artikel 6:125 BW). De waarde van de Bitcoin was (fors) gestegen waarvan A door het uitblijven van de levering van de Bitcoins niet had kunnen profiteren.

A baseerde zijn vordering, als gezegd, op artikel 6:125 BW; een bepaling ziend op schade door koersontwikkeling bij de betaling van een geldsom. De (juridische) crux van de procedure werd  daarmee de vraag of de Bitcoin in juridische zin kwalificeert als geld. De Rechtbank Overijssel meende van niet.

De rechtbank stelt dat betaling op twee manieren kan plaatsvinden: giraal  en chartaal. Over de eerste variant, de girale betaling, handelt artikel 6:114 BW. De rechtbank meent dat essentieel is voor een girale betaling dat bij zo’n betaling het geld in het vermogen vloeit van een derde; de bank. Anders is dat voor de Bitcoins, waarvoor weliswaar geldt dat wordt gesproken van “Wallets” en “Betaalrekeningen” maar in juridische zin vloeien de Bitcoins niet in het vermogen van een derde.

Over de tweede variant, de chartale betaling, handelt artikel 6: 112 BW.  Van belang dan de vraag of de Bitcoin valt onder de term “gangbaar geld”. Een aanknopingspunt ter beantwoording, is volgens de rechtbank de vraag of de Bitcoin geldt als wettig betaalmiddel. De rechtbank oordeelt van niet, nu in de eurozone slechts de euro heeft te gelden als wettig betaalmiddel [4]. Daarenboven sluit de rechtbank aan bij hetgeen de Minister van Financiën stelde over de Bitcoin in het kader van wetgeving omtrent financieel toezicht; de minister vond de Bitcoin evenmin geld. De Bitcoin, in de optiek van de minister, is ‘slechts’ een ruilmiddel zoals goud of zilver.

Welnu, dat is wat de Bitcoin naar de huidige stand van het recht is: geen geld maar een ruilmiddel. Naar verluid zal hoger beroep worden ingesteld, in welke verband een crowdfundingsactie op touw is gezet om de noodzakelijke euro’s bijeen te brengen.


[1] Algemeen Dagblad, “Nederland kent eerste Bitcoinmiljonairs”, 19 november 2013.
[2] Algemeen Dagblad, “Noor kocht Bitcoins voor 18,50 euro, heeft nu ruim 6 ton”, 28 november 2013.
[3] ECLI:NL:RBOVE:2014:2667.
[4] Artikel 10, 11 Verordening 974/98 EG

Thema's: Financieel recht en Ondernemen

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Manfield krijgt tik op de vingers vanwege een vingerscan
    Lees meer
  • De Inspectie inspecteert en publiceert
    Lees meer
  • Meerdere opdrachtgevers en een aanbestedingsprocedure, hoe zit dat?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok