Zorg op afstand krijgt steeds meer vorm

Het coronavirus heeft ook haar sporen nagelaten in de manier waarop zorg wordt verleend. Steeds meer wordt door huisartsen en medisch specialisten gebruik gemaakt van e-consulten, beeldbellen en digitale triage. Hoe zal dit gaan nadat de coronastorm is overgewaaid? De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft hierover gisteren een advies uitgebracht aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarin geeft hij een aantal aanbevelingen mee om de zorg op afstand te waarborgen en te verbeteren.

In het advies staat de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (hierna: “RVS”) positief tegenover de ontwikkelingen in de digitale zorg, die vaak door het coronavirus noodzakelijk waren. Toch is de RVS ook kritisch, enerzijds doordat een gebrek aan kennis en ervaring met de digitale systemen ervoor zorgde dat veel zorg is weggevallen, anderzijds doordat digitale zorg als ‘second best’ weliswaar zijn waarde heeft bewezen, maar dat afgevraagd kan worden of de zorg op afstand de fysieke zorg na de coronacrisis zou kunnen vervangen.

In het rapport staan de volgende adviezen die de overheid mee zou moeten nemen in de verdere ontwikkeling van digitale zorg:

1. bied inhoudelijk richting voor het (door)ontwikkelen van zinnige digitale zorg;
2. creëer duurzame vormen van bekostiging voor digitale zorg;
3. bied ook ruimte voor vernieuwende digitale vormen van zorgverlening;
4. blijf actief leren en evalueren.

Het vrij globale karakter van de adviezen laat zien dat de ontwikkeling van de digitale zorg zich nog in het voorstadium bevindt. Dat is niet erg. De manier waarop zorg wordt verleend kan uiterst gevoelig liggen, niet op de laatste plaats door de potentiële medische, tuchtrechtelijke en aansprakelijkheidsrisico’s die een behandeling tot gevolg kan hebben. Dit rechtvaardigt het inbouwen van waarborgen om die risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten en daar dient de tijd voor genomen te worden.

Een van de uitdagingen bij het verlenen van digitale zorg is dat de patiënt over de risico’s van een behandeling goed dient te worden geïnformeerd, op basis waarvan de patiënt toestemming dient te geven voor de procedure. Anders gezegd: er moet sprake zijn van informed consent. Uit het rapport blijkt niet in hoeverre het vereiste van informed consent moet worden meegenomen in het overheidsbeleid om de mogelijkheden voor digitale zorg verder te verruimen. Het vereiste van informed consent zoals neergelegd in artikel 7:448 lid 1 BW (WGBO) ziet erop toe dat de patiënt goed geïnformeerd een weloverwogen beslissing kan maken over het al dan niet ondergaan van een behandeling. Sinds het begin van dit jaar geldt zelfs de aanvullende verplichting voor de zorgverlener om tijdig overleg te voeren met de cliënt. Deze verplichting komt volgens de wetsgeschiedenis voort uit de reeds bestaande praktijk dat patiënt en arts ‘samen beslissen’ over de behandeling.

Het is de vraag of de digitale zorg niet afbreuk doet aan het noodzakelijke overleg tussen de arts en de patiënt. Niet alleen de professionele mening van de arts, maar ook (misschien wel juist) de input van de patiënt is van belang om tot een zorgvuldig zorgplan te komen. De patiënt moet dan wel begrijpen welke gevolgen en risico’s aan een procedure zijn verbonden. De overheid zou er goed aan doen ook dit aandachtspunt mee te nemen in de vervolgstappen inzake zorg op afstand.

Zie voor het volledige advies van de RVS: www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/08/27/zorg-op-afstand-dichterbij

Thema: Zorg en welzijn
Auteur: mr. Gert-Jan Rauw

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Werkgevers alert: Nieuwe uitvoeringsregels ontslagprocedure UWV
    Lees meer
  • Zorg op afstand krijgt steeds meer vorm
    Lees meer
  • Voldoet uw zorginstelling al aan de Wmcz 2018?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok