Aanvraag om bijstand, een lacune in de Participatiewet

De Centrale Raad van Beroep heeft op 21 mei 2019 uitspraak gedaan in een kwestie waarin het college van B&W van Ameland (hierna: het college) heeft geweigerd een inwoonster bijstand te verlenen. De inwoonster in kwestie was gehuwd met een man die in een andere gemeente woonplaats heeft. Van een duurzaam gescheiden leven was echter geen sprake. Het college besloot geen bijstand te verlenen, omdat de Participatiewet naar haar mening niet voorziet in een leefwijze als die van de inwoonster en haar man. De Centrale Raad van Beroep doet in hoger beroep een interessante uitspraak.

Volgens het college lag het op de weg van de inwoonster en haar partner om de situatie, dat zij niet duurzaam gescheiden leven en niet op één adres hun hoofdverblijf hebben, in overeenstemming te brengen met de Participatiewet. Artikel 40 lid 1 Participatiewet voorziet namelijk niet in de situatie dat gehuwden, die niet duurzaam gescheiden van elkaar zijn, verschillende woonplaatsen hebben. Het artikel bepaalt alleen dat het recht op bijstand bestaat jegens de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft.

In de Participatiewet staat niet geregeld bij welke gemeente een gezamenlijke aanvraag moet worden ingediend als de belanghebbenden verschillende woonplaatsen hebben en van welke gemeente dan bevoegd is om beslissingen te nemen over het recht op gezinsbijstand, of dat de gemeenten allebei of alleen samen bevoegd zijn.

In principe zou ieder van de gehuwden bij de gemeente waar zij woonplaats hebben bijstand moeten aanvragen naar de norm van gehuwden, en moeten beide gemeenten beslissen over het recht op gezinsbijstand van beide aanvragers. De Centrale Raad van Beroep beslist echter dat dit, op grond van de wetsgeschiedenis en de praktische uitvoerbaarheid van de Participatiewet, onaanvaardbaar is. Een aanvraag kan niet worden afgewezen omdat één van de gehuwden niet het hoofdverblijf in de betreffende gemeente heeft.

De Centrale Raad van Beroep beslist daarom dat één van de gemeenten het recht op gezinsbijstand dient te beoordelen. De gehuwden moeten dan samen bepalen bij welke gemeente zij gezamenlijk een aanvraag voor gezinsbijstand indienen.

De gemeente waarbij de bijstand dan is aangevraagd, moet overleggen met de andere gemeente die tot de bijstandverlening bevoegd is. De gemeenten moeten vervolgens in onderling overleg bepalen welke gemeente het meest aangewezen is om het recht op bijstand te beoordelen. Vervolgens dient ook in overleg te worden bepaald waaruit de uitvoeringstechnische en financiële steun van de andere gemeente bestaat. Daarbij geldt een doorzendplicht krachtens artikel 2:3 Awb. Wanneer de gemeenten onderling geen overeenstemming bereiken, kan een belanghebbende krachtens artikel 42 Participatiewet een geschil aanhangig maken.

De Centrale Raad van Beroep merkt op dat het aan de wetgever is om de lacune in de wet hierover weg te nemen. Tot die tijd zal de Centrale Raad van Beroep een oplossing bieden, door te blijven beslissen zoals zij dat nu heeft gedaan.

Conclusie
Niet duurzaam gescheiden levende gehuwden met een hoofdverblijf in verschillende gemeenten, kunnen kiezen waar ze hun gezamenlijke aanvraag om gezinsbijstand indienen. Beide gemeenten zijn bevoegd, echter, er kan maar één aanvraag worden ingediend.

De gemeenten dienen vervolgens in overleg te gaan over de vraag welke gemeente belast wordt met de beoordeling van het recht op bijstand en, indien van toepassing, de bijstandsverlening zelf. Hierbij dient gekeken te worden welke gemeente de meest aangewezen gemeente is om de bijstand te verlenen. De Centrale Raad van Beroep beslist dat daarbij de betrokken belangen en alle van belang zijnde feiten en omstandigheden moeten worden afgewogen, maar maakt niet duidelijk wat dit dan precies betekent. Gedacht kan echter worden aan de vraag in welke gemeente het zwaartepunt van het maatschappelijk leven van de belanghebbenden zich bevindt. Blijkt dat de aanvraag is gedaan bij de gemeente die niet de meest aangewezen gemeente is om bijstand te verlenen, dan dient dit college de aanvraag door te zenden naar de meest aangewezen gemeente. Komen de gemeenten er niet uit, dan kan een zogenaamd domiciliegeschil aanhangig worden gemaakt.

Het zal moeten blijken of de beslissing van de Centrale Raad van Beroep goed uitvoerbaar is. Bij vragen over deze materie kunt u contact met ons opnemen.

Klik hier voor de uitspraak.

Thema's: Overheid en onderwijs en Bestuursrecht
Advocaat: mr. Tristan Westra

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Brancheringsbeleid en de Dienstenrichtlijn
    Lees meer
  • Aanvraag om bijstand, een lacune in de Participatiewet
    Lees meer
  • Catharina Ziekenhuis: beschikking fiscale eenheid en toch naheffing btw
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok