Catharina Ziekenhuis: beschikking fiscale eenheid en toch naheffing btw

Omzetbelasting is voor zorginstellingen vaak een kostenverhogende factor. Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven was, om deze kosten te besparen, een samenwerking aangegaan met een schoonmaakbedrijf. In 2008 hebben zij de Belastingdienst verzocht deze samenwerking als een fiscale eenheid voor de omzetbelasting aan te merken. Hierdoor zou het schoonmaakbedrijf kort gezegd geen omzetbelasting meer aan het ziekenhuis in rekening hoeven brengen voor haar dienstverlening. De inspecteur stemde daar mee in en gaf een beschikking af. In 2012 komt de inspecteur echter op zijn besluit terug en heft de omzetbelasting die het schoonmaakbedrijf niet heeft afgedragen (en niet in rekening heeft gebracht bij het ziekenhuis) na. Volgens hem is niet voldaan aan de materiële vereisten van een fiscale eenheid. Maar kan de inspecteur wel op de beschikking terugkomen? Mag het schoonmaakbedrijf vertrouwen op de afgegeven beschikking?

Fiscale eenheid zonder beschikking
Een beschikking van een inspecteur is geen constitutief vereiste voor het bestaan van een fiscale eenheid. Ook als er geen beschikking is kan achteraf bezien sprake zijn van een fiscale eenheid. Beoordeeld moet worden of aan de materiële vereisten voor een fiscale eenheid wordt voldaan (verwevenheid in financieel, economisch en organisatorisch opzicht). Zo ja, dan is er een fiscale eenheid.

Toetsing aan Europees recht
In deze situatie is wel een beschikking afgegeven. Een beschikking die formele rechtskracht heeft gekregen, want er is geen bezwaar tegen aangetekend. Het Hof vindt desondanks dat aan deze beschikking voorbij mag worden gegaan. Het bestaan van de fiscale eenheid moet volgens het Hof aan het Europese recht worden getoetst. En het Europese recht doorbreekt de rechtskracht van de beschikking.

Rechtszekerheid
Het Hof realiseert zich dat met deze uitkomst de rechtszekerheid niet is gediend. Je denkt op basis van de beschikking geen omzetbelasting verschuldigd te zijn, en krijgt vervolgens toch een naheffing. Echter, volgens het Hof wordt die rechtszekerheid niet geboden door de beschikking.

Het Hof baseert haar standpunt op een arrest van de Hoge Raad van 22 april 2005. Dit arrest bepaalt dat, ook als er een afwijzende beschikking fiscale eenheid is afgegeven, er – op verzoek van de belastingplichtige – nog steeds een fiscale eenheid kan zijn. Naar mijn oordeel vloeit uit dit arrest (en andere nadien gewezen uitspraken en arresten) dat aan de belastingplichtige juist wel rechtsbescherming toekomt als de inspecteur – naar later blijkt – ten onrechte een beschikking heeft gegeven. Dit past bij het vertrouwen dat van een dergelijk besluit van een inspecteur uitgaat. Er mag immers vanuit worden gegaan dat de inspecteur de situatie deugdelijk heeft getoetst aan het Europese recht. De inspecteur heeft met deze beschikking zijn standpunt bepaald, en mag aan dat standpunt worden gehouden door een belastingplichtige.

Gerechtvaardigd vertrouwen?
Saillant detail in deze zaak is dat de inspecteur heeft gesteld dat het ziekenhuis bij het verzoek in 2008 onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt. Als dat daadwerkelijk zo is, en verstrekking van die informatie had destijds geleid tot een afwijzende beschikking, dan staat dat in principe in de weg aan een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel. Het vertrouwen is dan namelijk niet gerechtvaardigd; je wist als belastingplichtige zelf ook dat in deze situatie een fiscale eenheid niet mogelijk was.

Het schoonmaakbedrijf is in cassatie gegaan tegen de uitspraak van het Hof. Het laatste woord is dus nog niet geschreven over deze kwestie. 

Thema's: Zorg en welzijn en Regelgeving ziekenhuizen

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Illegaal vuurwerk, een gevaar voor huurders
    Lees meer
  • Minder dwang, meer zorg!
    Lees meer
  • De Hoge Raad hakt de knoop door: slapende dienstverbanden zijn niet toegestaan
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok