Wob-verzoeken en de namen van ambtenaren

Overheidsinformatie is openbaar, tenzij uit specifieke wetten of regelgeving blijkt dat de informatie niet openbaar gemaakt mag of hoeft te worden. Door het doen van een Wob-verzoek (een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur) kan een overheidsorganisatie worden gevraagd om bepaalde informatie te verstrekken. Maar waar liggen de grenzen van de informatie die de overheid moet én mag openbaren? De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft onlangs een uitspraak gedaan over het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in relatie tot het belang van openbaarheid.

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) van 31 januari 2018 gaat het om een verzoek tot openbaarmaking van “alle documenten met betrekking tot onderzoek NL-Online-Offline van de Vrije Universiteit en het NSCR”. Het NSCR is het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Het NSCR heeft de gevraagde informatie verstrekt, maar de namen van personen die niet vanwege hun functie in openbare bronnen traceerbaar zijn, heeft het onleesbaar gemaakt met het oog op de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. De rechtbank Amsterdam had het hiertegen ingediende beroep ongegrond verklaard, waarna de zaak werd voorgelegd aan de Afdeling.

De Afdeling had in een eerder uitspraak van 3 februari 2010 al aangegeven dat namen van ambtenaren persoonsgegevens zijn en het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich tegen openbaarmaking kan verzetten. Daarbij was volgens de Afdeling van belang dat het niet ging om het opgeven van een naam aan een individuele burger die met een ambtenaar in contact treedt, maar om openbaarmaking in de zin van de Wob. In de uitspraak van 31 januari 2018 wordt deze jurisprudentie gepreciseerd. De Afdeling overweegt dat het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking van namen van medewerkers die niet wegens hun functie in de openbaarheid treden. Dit tenzij de indiener van het desbetreffende Wob-verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van de openbaarheid in een concreet geval zwaarder weegt. In deze zaak kwam de Afdeling tot de conclusie dat de indiener van het verzoek niet aannemelijk had gemaakt dat het belang van de openbaarheid in dit geval zwaarder woog. De NSCR had dan ook terecht de persoonsgegevens van de betreffende medewerkers

De les die overheden uit deze uitspraak moeten trekken, is dat persoonsgegevens van medewerkers die gelet op hun functie niet in de openbaarheid komen (en daar dus ook niet bedacht op hoeven te zijn) niet mogen worden verstrekt in het kader van een Wob-verzoek. Het gaat dan bijvoorbeeld om secretaresses of systeembeheerders. De reden hiervoor is dat hun persoonlijke levenssfeer moet worden beschermd. Dit is slechts anders als de indiener van het Wob-verzoek aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van de openbaarheid zwaarder weegt. Pas als de indiener kan aantonen dat de persoonsgegevens van de betreffende medewerker relevant zijn voor de (duiding van) de verstrekte informatie zou daar sprake van kunnen zijn. Op dat moment is de Wob de grondslag voor de openbaarmaking van de persoonsgegevens.

Ingevolge van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), die in werking treedt op 25 mei 2018, mogen overheden geen persoonsgegevens verwerken (en dus ook verstrekken) zonder wettelijke grondslag. Indien de Wob geen grondslag biedt voor openbaarmaking van persoonsgegevens, dan zijn overheden (ook) op grond van de AVG ertoe gehouden om de persoonsgegevens van de betreffende medewerkers onleesbaar te maken in geval van openbaarmaking van overheidsinformatie op grond van de Wob. Het is dus belangrijk om dit bij elke openbaarmaking van documenten goed te beoordelen, omdat anders sprake kan zijn van een schending van de AVG.

Heeft u vragen over wat deze nieuwe uitspraak of de AVG voor u zou kunnen betekenen, neem dan gerust contact met ons op.

Thema's: Overheid en onderwijs en Bestuursrecht
Advocaten: mr. Ivo van der Meer en mr. Eric van der Goot

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Uitsluiting AOW’ers van transitievergoeding: geen leeftijdsdiscriminatie
    Lees meer
  • Faillissementsverkoop Keuken- en Sanitair Centrum Van der Laan B.V.
    Lees meer
  • Is uw organisatie klaar voor de AVG?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok