Kort geding aanbesteding

Op 6 maart 2014 vindt het kort geding plaats dat de bouwcombinatie Jorritsma Bouw/Bouwgroep Dijkstra Draisma heeft aangespannen tegen Thialf.

Als een aanbestedende dienst, zoals de gemeente, de provincie of het rijk een opdracht van een bepaalde omvang heeft te vergeven, dient er een aanbestedingsprocedure te worden gehouden. Thialf diende een aanbestedingsprocedure te houden, omdat de verbouw van Thialf met overheidsgeld wordt gefinancierd. Een aanbestedingsprocedure verloopt volgens wettelijke regels. Als de aanbesteding heeft plaatsgevonden en de aanbestedende dienst heeft de keuze gemaakt voor die partij waarvan gevonden wordt dat die als beste het werk kan uitvoeren, moet de aanbestedende dienst aan alle deelnemende partijen eerst kenbaar maken dat zij het voornemen heeft de opdracht aan die partij te gunnen. Daarbij moet worden aangegeven waarom tot die keuze is gekomen. Met andere woorden: de beslissing moet worden gemotiveerd. Vervolgens moet de periode van minimaal twintig dagen in acht worden genomen, waarbinnen de verliezende inschrijvers de gelegenheid krijgen bezwaar te maken tegen het voorgenomen gunningsbesluit. Dat bezwaar wordt gemaakt door een kort gedingprocedure aanhangig te maken bij de rechtbank. Daartoe wordt een dagvaarding opgesteld. Bij dat kort geding krijgt de klagende partij gelegenheid zijn bezwaren tegen de genomen beslissing en eventueel tegen de gevoerde procedure kenbaar te maken. De aanbestedende dienst kan zich uiteraard verweren en aangeven waarom zij toch tot een bepaalde keuze is gekomen. De winnende inschrijver heeft als belanghebbende het recht om zich te voegen aan de zijde van de aanbestedende dienst of om tussen te komen. Daarmee heeft de winnende inschrijver de gelegenheid om te betogen dat zij inderdaad terecht tot winnaar van de aanbestedingsprocedure is uitgekozen.


Nadat de zitting is gesloten, zal de rechter een beslissing nemen. Dat duurt in de regel veertien dagen. De rechter neemt een beslissing op de eisen zoals die bij dagvaarding zijn ingesteld. Zo zal de rechter kunnen beslissen dat het voorgenomen gunningsbesluit terecht is genomen en daarmee de vorderingen van de verliezende inschrijver afwijzen. Als de rechter het geheel of gedeeltelijk eens is met de verliezende inschrijver, dan kan de rechter bijvoorbeeld beslissen dat de winnende inschrijver moet worden uitgesloten van deelname aan de aanbestedingsprocedure, de inschrijvingen opnieuw moeten worden beoordeeld of dat de voorgenomen gunningsbeslissing beter moet worden gemotiveerd.

Totdat de rechter een beslissing heeft genomen, mag de voorlopige gunning niet worden omgezet in een definitieve gunning. Pas als de rechter de bezwaren van de klagende inschrijver heeft afgewezen, mag tot definitieve gunning worden overgegaan. De aanbestedende dienst hoeft het hoger beroep wat mogelijk wordt ingesteld niet af te wachten. Als de rechter de bezwaren gegrond verklaart, moet de aanbestedende dienst uiteraard gehoor geven aan het oordeel van de rechtbank.

Binnen ons kantoor zijn Wim Bulthuis, Rudolf Knegtering en Dirk-Jan Westra gespecialiseerd in het aanbestedingsrecht. Voor nadere vragen over een kort gedingprocedure in een aanbestedingskwestie of een aanbestedingsprocedure kunt u met hen contact opnemen.

 

 

Thema's: Aanbestedingen, Bouwen en Bouw en vastgoed
Advocaten: mr. Wim Bulthuis, mr. Rudolf Knegtering en mr. Dirk-Jan Westra

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Gemeente moet schadevergoeding betalen voor schending privacy
    Lees meer
  • Toezeggingen door ambtenaren, zijn die bindend?
    Lees meer
  • GGZ-instelling vrijgesproken van dood door schuld
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok