De gehaaide schuldenaar verleden tijd met herziening beslag- en executierecht?

De invoering van de wet herziening van het beslag- en executierecht draagt bij aan het efficiënter en vooral ook effectiever verhaal kunnen nemen door de schuldeiser. Zo kunnen deurwaarders per 1 januari 2021 bij banken informeren of de schuldenaar daar bankiert en zijn gemeenten per 1 april 2021 verantwoordelijk voor de afvoer van de inboedel bij ontruimingen.

De gedachte achter de wet herziening van het beslag- en executierecht is het voorkomen dat een schuldenaar door een beslag niet meer in zijn bestaansminimum kan voorzien, het beslag- en executierecht efficiënter en eenvoudiger maken en het voorkomen dat een beslag enkel als pressiemiddel wordt gebruikt.

De wet wordt fasegewijs ingevoerd. Op 1 oktober 2020 zijn de eerste wijzigingen in werking getreden. Deze zien onder andere op een uitbreiding van de lijst met roerende zaken in artikel 447 Rv waarop beslag verboden is.

De tweede fase is op 1 januari jl. in werking gegaan. Met de wijziging van artikel 475a Rv wordt een beslagvrij bedrag beoogd. Bij beslag op de bankrekening van de schuldenaar wordt dan een deel van het saldo vrijgehouden, het beslagvrij bedrag. Het deel van het saldo dat vrijgehouden blijft van beslag volgt uit artikel 475a Rv en verschilt per leefsituatie. Bij beslag op loon of uitkering geldt al een vergelijkbare regeling,  de beslagvrije voet. De gedachte is dat mensen met schulden zo niet onder het bestaansminimum terechtkomen.

Voor de positie van de schuldeisers is van belang de invoering van artikel 475aa Rv. Op grond hiervan is de schuldenaar verplicht de deurwaarder te informeren bij welke bank(en) hij bankiert. Van de weigerachtige schuldenaar zal hier weinig van te verwachten zijn, maar de deurwaarder heeft per 1 januari jl. nu ook een zelfstandige bevoegdheid om op grond van lid b. zelf bij banken te informeren of de schuldenaar daar bankiert. De bank is verplicht onverwijld antwoord te geven en mag de schuldenaar pas informeren nadat het beslag is gelegd.

In de derde fase wordt het per 1 april 2021 mogelijk om een voertuig in beslag te nemen door het opmaken van een proces-verbaal en de inschrijving daarvan in het RDW-register. Dit wordt geregeld in artikel 442 Rv. Hiermee wordt het in beslag nemen van een voertuig een stuk makkelijker. Ook is het dan niet meer mogelijk om de auto na een beslag snel over te schrijven op een andere naam. Dit is zowel ter bescherming van de schuldeiser als van de koper van een voertuig.

Ook wordt per 1 april a.s. het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor het afvoeren en de opslag van roerende zaken na een ontruiming. In artikel 556 lid 3 Rv wordt dit voortaan geregeld. Voor verhuurders is dit een welkome regeling. Het voorkomt onnodige extra kosten voor afvoer en opslag aan de zijde van de verhuurder als schuldeiser. De Beroepsvereniging van deurwaarders en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voeren overleg over de praktische uitwerking van deze extra verplichtingen voor gemeenten.

Met deze herziening van het beslag- en executierecht wordt het lastig(er) voor de gehaaide schuldenaar om onder de inning van vorderingen uit te komen, maar of daarmee de gehaaide schuldenaar verleden tijd zal zijn, zal de tijd leren. 

Thema: Ondernemen
Auteur: mr. Dirk-Jan Westra

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • De WBTR, wat verandert er nou eigenlijk?
    Lees meer
  • Trage netbeheerder? Mogelijk recht op schadevergoeding!
    Lees meer
  • Gerechtshoven begrenzen lengte van processtukken
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok