Meerdere opdrachtgevers en een aanbestedingsprocedure, hoe zit dat?

Indien een aanbestedingsprocedure wordt uitgevoerd namens meerdere aanbestedende diensten, dienen al deze aanbestedende diensten in het kort geding te worden gedagvaard indien een verliezer het niet eens is met de voorgenomen gunning. Dit oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden op 18 juni 2019. Gebeurt dit niet, dan dient de rechter ambtshalve de gelegenheid te geven aan de klager om de niet opgeroepen personen alsnog als partij in het geding te betrekken. In dit geval kon oproeping van de overige aanbestedende diensten echter niet leiden tot ingrijpen in de na de definitieve gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst. Wat speelde er in deze zaak?

Feiten
De Rijksuniversiteit Groningen (“RUG”) heeft namens een aantal instellingen een aanbesteding uitgeschreven voor aankoop van kantoorartikelen en logistieke aanverwante dienstverlening. Aangezien de aanbestedingsprocedure wordt uitgevoerd namens meerdere instellingen, betreft het een samengevoegde opdracht, waarbij de RUG optreedt als penvoerder.

Vier bedrijven hebben zich op de aanbesteding ingeschreven. De RUG heeft de opdracht voorlopig gegund aan Lyreco, omdat dit bedrijf als meest voordelige inschrijver naar voren kwam. Staples – een van de andere inschrijvers – voldeed volgens de RUG niet aan de gestelde voorwaarden en werd daarom uitgesloten van de aanbestedingsprocedure.

Staples was het hier echter niet mee eens en maakte een kortgedingprocedure aanhangig. Daarin vorderde zij intrekking van de gunningsbeslissing of een heraanbesteding. Deze vorderingen zijn door de voorzieningenrechter afgewezen, omdat  de RUG en Lyreco een geslaagd beroep op de exceptio plurium litis consortium hebben gedaan. Op grond van deze regel dienen alle partijen in de procedure te worden betrokken wanneer sprake is van een zogenaamde ‘processueel ondeelbare rechtsverhouding’. Vanwege het feit dat Staples enkel de RUG als gedaagde in de procedure had betrokken – en niet de andere deelnemende instellingen namens wie de aanbestedingsprocedure ook werd gevoerd – werd Staples door de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen. De RUG werd daarmee in het kort geding in het gelijk gesteld en heeft de opdracht vervolgens definitief gegund aan Lyreco.  

Exceptio plurium litis consortium
Staples laat het er niet bij zitten en gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. Staples komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat de RUG en Lyreco een geslaagd beroep op de exceptio plurium litis consortium toekomt. Het hof behandelt deze grief door eerst uiteen te zetten wanneer er nu precies sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. Volgens het hof is sprake van een processueel ondeelbare rechtsverhouding, indien het noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van alle betrokkenen hetzelfde luidt. Of dit het geval is, kan niet in algemene zin worden gezegd, maar is afhankelijk van de aard en inhoud van de rechtsverhouding waarbij bijzonderheden van het geval van doorslaggevende betekenis kunnen zijn.

Het hof is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. De aanbesteding betreft namelijk een  samengevoegde opdracht waarbij de RUG als penvoerder optreedt voor tien aanbestedende diensten die tezamen opdrachtgever zijn. Er is daarom sprake van één rechtsverhouding waarbij meerdere partijen betrokken zijn en waarbij het noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van alle betrokkenen in dezelfde zin geldt. Door de definitieve gunning is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Lyreco en alle tien de aanbestedende diensten, waaruit voor hen rechten en verplichtingen voortvloeien. De vordering van Staples tast, bij toewijzing, de overeenkomst tussen de aanbestedende dienst en Lyreco aan en raakt daarmee niet alleen de RUG, maar alle aanbestedende diensten. Dat betekent dat Staples alle aanbestedende diensten in het geding had moeten betrekken. Het hof bevestigt daarmee het oordeel van de voorzieningenrechter. Op grond van artikel 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient de rechter in dat geval Staples ambtshalve de gelegenheid te geven om de niet opgeroepen instellingen alsnog als partij in het geding te betrekken.

Aantasting overeenkomst na definitieve gunningsbeslissing
In deze zaak kon oproeping van de andere negen aanbestedende diensten echter niet leiden tot het ingrijpen van het hof in de tussen de RUG en Lyreco gesloten overeenkomst. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2638) namelijk overwogen dat het hof de overeenkomst die tot stand is gekomen na een definitieve gunningsbeslissing slechts op beperkte gronden kan aantasten, namelijk enkel wanneer:

  1. deze overeenkomst op een van de die in art. 4:15 lid 1 Aanbestedingswet 2012 genoemde gronden vernietigbaar is;
  2. er sprake is van een wilsgebrek (dwaling, bedrog, bedreiging of misbruik van omstandigheden); dan wel
  3. er sprake is van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge art. 3:40 BW (op een andere grond van strijd met aanbestedingsregels).

Aangezien geen sprake is van een van bovengenoemde gronden kan het hof niet ingrijpen in de reeds gesloten overeenkomst tussen RUG en Lyreco. De vorderingen van Staples worden daarom ook in hoger beroep afgewezen.

Heeft u vragen over het aanbestedingsrecht? Neem dan gerust en vrijblijvend contact met ons op!

Zie voor de uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:5074 

Dit artikel is geschreven door onze stagiaire Elysha Staargaard

Thema's: Bouw en vastgoed, Overheid en onderwijs, Zorg en welzijn, Ondernemen en Aanbestedingen

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Meerdere opdrachtgevers en een aanbestedingsprocedure, hoe zit dat?
    Lees meer
  • Gemeente moet schadevergoeding betalen voor schending privacy
    Lees meer
  • Toezeggingen door ambtenaren, zijn die bindend?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok