Gemeenten winnen aanbestedingsgeschil door ‘vormfout’

Wanneer een inschrijver het niet eens met de gunningsbeslissing van de aanbestedende dienst, kan hij daar een kort geding tegen aanspannen. Het aanspannen van een kort geding gebeurt door het uitbrengen van een dagvaarding binnen de korte bezwaartermijn zoals beschreven in de aanbestedingsstukken. Dat het aanhangig maken van een kort geding nauw luistert, zien we maar weer eens in de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 oktober 2018.

‘Vormfout’
Een zorgverlener heeft ingeschreven op een aanbestedingsprocedure van twee gemeenten. Op de laatste dag van de bezwaartermijn heeft de zorgverlener een dagvaarding laten betekenen aan het adres van de advocaat van de gemeenten. Zo op het eerste gezicht lijkt daarmee tijdig de gunningsbeslissing te zijn aangevochten. Echter in de gunningsbrief is vermeld:


“Indien u zich niet kunt vinden in de mededeling van bovengemelde beslissing dient u – op straffe van niet-ontvankelijkheid en verval van recht – binnen een termijn van twintig (20) kalenderdagen na dagtekening van deze brief (derhalve uiterlijk op 25 september 2018) door betekening van een dagvaarding, een kort geding aanhangig te hebben gemaakt tegen voornoemde beslissing van de gemeenten Almelo en Hof van Twente, bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo."

In het kort geding stellen de gemeenten zich op het standpunt dat de zorgverlener te laat is met het instellen van haar rechtsvordering. De voorzieningenrechter oordeelt dat een kort geding aanhangig is vanaf de dag van dagvaarding, zijnde de dag waarop de dagvaarding aan gedaagde is betekend. De betekening ten aanzien van een rechtspersoon geschiedt ter plaatse waar het bestuur zitting of kantoor houdt. Dat is hier niet gebeurd, aldus de voorzieningenrechter. Er is immers door de zorgverlener niet een dagvaarding betekend aan het adres van de gemeenten, maar aan het adres van de advocaat van de gemeenten.  

De zorgverlener heeft nog gesteld dat het onaanvaardbaar is om een beroep te doen op de vervaltermijn, nu het zeer kort dag was om een dagvaarding aan de gemeenten te laten betekenen en de gemeenten vergezeld van hun advocaat ter zitting zijn verschenen. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van onaanvaardbaarheid.

Conclusie
De conclusie is dat de zorgverlener niet binnen de vereiste bezwaartermijn door rechtsgeldige betekening van een dagvaarding aan de gemeenten een kort geding aanhangig heeft gemaakt. De zorgverlener was daarom niet-ontvankelijk in haar vorderingen. Dat het kort dag was voor betekening van de dagvaarding, kan geen excuus zijn. Een goede voorbereiding is het halve werk, zo blijkt maar weer. Wanneer u het dus niet eens bent met een voorlopige gunnigsbeslissing, is het verstandig om niet te lang te wachten voor u naar een advocaat stapt om de voorlopige gunningsbeslissing aan te vechten.

Thema's: Bouw en vastgoed en Aanbestedingen
Advocaat: mr. Dirk-Jan Westra

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Mag je huurvoorwaarden eenzijdig wijzigen?
    Lees meer
  • Gemeenten winnen aanbestedingsgeschil door ‘vormfout’
    Lees meer
  • Wie betaalt mijn advocaatkosten? Nieuwe tarieven zorgen voor 20% hogere vergoeding
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok