Nieuw ontslagrecht; kantonrechters niet altijd op één lijn! (Deel 1)

Met ingang van 1 juli 2015 is het nieuwe ontslagrecht (Wet Werk en Zekerheid) van kracht. In de afgelopen maanden zijn de eerste WWZ-uitspraken gepubliceerd. Uit de uitspraken kan afgeleid worden dat kantonrechters (nog) niet op één lijn zitten.

Pro forma ontbindingen
Bij pro forma ontbindingen zijn werkgever en werknemer het eens over de beëindiging en de vergoeding en willen ze dit graag bevestigd hebben in een beschikking van de kantonrechter. Maar werkt de kantonrechter daar ook aan mee?

Kantonrechter Almelo 30 juli 2015
In deze zaak ging het om een pro­ forma ontbindingsprocedure, waarbij partijen verzocht hadden om toepassing van een langere ontbindingstermijn dan de wet voorschrijft en een hogere vergoeding dan de transitievergoeding. Onder verwijzing naar de Parlementaire Geschiedenis geeft de kantonrechter aan dat hij meent dat dit verzoek om verlenging van de ontbindingstermijn afgewezen moet worden. Ook voor toekenning van een andere vergoeding dan de transitievergoeding of de billijke vergoeding, ziet de kantonrechter geen ruimte. Op de transitievergoeding had de werknemer op basis van het overgangsrecht namelijk geen recht en voor toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer is slechts ruimte indien sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, hetgeen niet aan de orde was, aldus de kantonrechter. De kantonrechter gaat er vanuit dat partijen in een vaststellingsovereenkomst  een en ander prima zonder tussenkomst van de rechter kunnen regelen.

Kantonrechter Amersfoort 30 juli 2015
Ook in deze zaak verzochten partijen in een pro­forma ontbindingsprocedure om een verlenging van de ontbindingstermijn. In tegenstelling tot de kantonrechter Almelo had de Amersfoortse kantonrechter er geen problemen mee om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op een later tijdstip dan het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. Het is natuurlijk wel de vraag hoe lang de opzegtermijn zich laat oprekken

Kantonrechter Rotterdam 31 juli 2015
Ook hier  ging het om een pro­forma ontbindingsprocedure. Partijen verzochten ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 40.000,00 bruto, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht werd te zijn inbegrepen. De kantonrechter overwoog in zijn beschikking dat in het kader van een beëindiging van een arbeidsovereenkomst de wet de kantonrechter slechts de mogelijkheid biedt om twee soorten vergoedingen toe te kennen, te weten de transitievergoeding of de billijke vergoeding. Toekenning van een billijke vergoeding aan de werknemer is, behoudens enkele uitzonderingen, alleen mogelijk als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Nu niet was gesteld of gebleken dat daarvan sprake was, kon de kantonrechter de vergoeding bij gebreke van een behoorlijke grondslag niet toekennen als billijke vergoeding. Wel vermeldde de kantonrechter in het dictum dat de werkgever bereid was om aan de werknemer een vergoeding ter hoogte van € 40.000,00 bruto toe te kennen vanwege inkomstenderving, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht werd te zijn inbegrepen. Daarmee heeft de werknemer echter geen executoriale titel waarmee hij de vergoeding kan incasseren als de werkgever niet zou betalen.

Kantonrechter Rotterdam 13 augustus 2015
Opnieuw  een pro­forma ontbindingsprocedure. De werkgever was bereid om aan de werknemer een beëindigingsvergoeding te betalen van € 125.000,00 bruto, waarin de transitievergoeding werd geacht te zijn verdisconteerd. De kantonrechter oordeelde dat hij dit bedrag niet als billijke vergoeding kon toekennen, omdat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Verder oordeelde de kantonrechter dat de vergoeding de maximale transitievergoeding ver te boven ging, zodat hij ook om die reden de vergoeding niet kon toekennen. De kantonrechter meende echter dat voor afwijzing van de vergoeding evenmin grond bestond, nu uit de stellingen van partijen bleek dat zij overeenstemming hadden bereikt over de hoogte van de vergoeding. De kantonrechter nam daarom in de beschikking op dat hij de arbeidsovereenkomst zou ontbinden en dat hij "had verstaan" dat werkgeefster aan werknemer een vergoeding zou betalen van € 125.000,00 bruto, in welk bedrag de aanspraken van de werknemer op de transitievergoeding begrepen waren.

Uit deze uitspraken blijkt dat de kantonrechter Almelo zowel voor wat betreft de opzegtermijn als voor wat betreft de ontslagvergoeding niet wil afwijken van de wet. De  kantonrechters te Amersfoort en Rotterdam hebben daar minder moeite mee, maar gaan niet volledig met partijen mee en de beschikking van de kantonrechter levert geen executoriale titel op.

Zoveel kantonrechters, zoveel uitspraken. Ik ben benieuwd wat we de komende maanden nog meer gaan lezen. Ik houd u op de hoogte.

Thema: Arbeid

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb bij ruimtelijke plannen
    Lees meer
  • Verhuurders let op: we gaan weer terug naar vaste huurcontracten
    Lees meer
  • Digitale error komt voor risico van de advocaat
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Advocaten en juristen

Wim Bulthuis

Advocaat

Ivo van der Meer

Advocaat

Cynthia Grondsma

Advocaat

Dirk-Jan Westra

Advocaat

José Kemper

Advocaat

Willemijn Kuper

Advocaat

Lisa Blankestijn

Advocaat

Ayla Bosma

Advocaat

Femke de Jong

Advocaat

Gido Kalfsbeek

Juridisch medewerker

Alle advocaten en juristen

Deze website gebruikt cookies Ok