Inwerkingtreding Aanbestedingswet niet zonder gevolgen

Op 1 april 2013 is de Aanbestedingswet in werking getreden. Nadat de Aanbestedingswet op 1 april 2014 één jaar in werking was getreden zijn de gevolgen daarvan geëvalueerd. De conclusie is dat de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet niet zonder gevolgen is geweest.

Eén van de belangrijkste gevolgen van de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet en de daarbij behorende Gids Proportionaliteit is dat het aantal openbare aanbestedingen is gehalveerd. Met name bij gemeentes. Veel gemeentes hebben hun aanbestedingsbeleid aangepast aan de Gids Proportionaliteit. De drempelbedragen waaronder een aanbesteding niet behoeft te worden aangekondigd zijn naar boven bijgesteld.

Onderhandse, niet-openbare aanbestedingen kennen minder deelnemers dan openbare aanbestedingen. Positief gevolg is dus dat de transactiekosten afnemen. Het aantal, relatief zwaar en opgetuigde, aanbestedingen voor kleinere werken komt steeds minder voor. De keerzijde is echter dat de onderhandse aanbestedingen aan de openbaarheid zijn onttrokken.

De beginselen van het aanbestedingsrecht zijn echter ook van toepassing op niet-openbare aanbestedingen. Zelfs een private aanbesteding is al snel gebonden aan de beginselen van het aanbestedingsrecht. Deze beginselen geven een deelnemer aan een onderhandse of private aanbesteding een houvast om er voor te zorgen dat de aanbestedingsprocedure op een transparante en eerlijke wijze plaatsvindt waarbij alle deelnemers gelijk worden behandeld. Inschrijvers dienen zich er van bewust te zijn dat ze niet geheel zijn overgeleverd aan de keuzes van de aanbesteder. Aanbesteders doen er goed aan om zich bewust te zijn van die gebondenheid aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht. Discussies gedurende en na de aanbestedingsprocedure kunnen daarmee worden voorkomen.

Uit onze aanbestedingspraktijk weten wij dat inschrijvers, als zij vraagtekens zetten bij de gevoerde procedure, vrijwel altijd wachten met het uiten van hun klachten. Vaak wordt er gewacht op de uitkomst van de aanbestedingsprocedure en als deze teleurstellend is trekt men aan de bel. Het is echter van belang dat als de aanbestedingsprocedure niet ordentelijk verloopt er tijdig aan de bel wordt getrokken. Het Europees Hof van Justitie heeft geoordeeld dat zowel een aanbesteder als de inschrijvers belang hebben bij duidelijkheid. Eventuele onduidelijkheid moet dus zo vroeg mogelijk aan de kaak worden gesteld. Maak daarom gebruik van de mogelijkheid om vragen te stellen. Stel daarbij liever meer vragen dan minder vragen. Zowel de aanbesteder als de inschrijvers hebben belang bij die duidelijkheid en de beantwoording van de vragen in een zo vroeg mogelijk stadium. Aanbesteders doen er verstandig aan de vragen daarom goed te beantwoorden. Verloopt de procedure vervolgens toch nog op een wijze die in strijd is met de beginselen van het aanbestedingsrecht, dan heeft u als inschrijver veel meer kans dat uw klachten gehoor zullen vinden.

Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met Wim Bulthuis of Dirk-Jan Westra.

Thema's: Bouw en vastgoed en Aanbestedingen
Auteurs: mr. Wim Bulthuis en mr. Dirk-Jan Westra

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Meer ruimte voor kredietverkrijging? Het Wetsvoorstel opheffing verpandingsverboden is ingediend
    Lees meer
  • Vacature advocaat of advocaat-stagiaire overheid en onderwijs
    Lees meer
  • Werkgevers alert: Nieuwe uitvoeringsregels ontslagprocedure UWV
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok