Geen veroordeling voor uitgedeelde vuistslagen

Vanaf het moment dat de relatie tussen zijn dochter en haar vriend eindigde, werd de man door de (ex) vriend lastig gevallen. De vriend kwam geregeld bij de man aan de deur, soms een aantal keren in de nacht, reed met een auto op de man in, sprak de vriendin van de man aan en zocht de zoon van de man op. Ook stuurde de vriend bedreigende sms-berichten naar de man, waarin de vriend ook om geld vroeg. In april 2013 bereikten de opgelopen spanningen een kookpunt.

De vriend kwam die dag twee keer bij de man aan de deur. Bij zijn tweede bezoek schopte de vriend tegen de voordeur en klepperde hij met de brievenbus. De man deed open en er volgde een woordenwisseling. Op enig moment knapte er toen iets bij de man. Hij gaf de vriend twee klappen in het gezicht. De vriend liep verwondingen op in zijn gezicht en ook zijn gebitsprothese raakte beschadigd. In het jaar 2014 moest de man zich bij de politierechter verantwoorden voor de twee uitgedeelde klappen. Hem werd mishandeling ten laste gelegd.

Verweer

Dat de man de vriend van zijn dochter had geslagen, was duidelijk. Maar was de man daarmee ook een strafbare dader (nodig om te komen tot een veroordeling)? Voor de beantwoording van die vraag, werd verwezen naar een beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 4 juli 2001 (NbSr 2001, 312). De Rechtbank Amsterdam had in die zaak geoordeeld over een confrontatie tussen twee broers en een derde. Die derde kon aangemerkt worden als de oorzaak van de familieproblemen van de broers. Toen de derde zich ook nog eens actief ging bemoeien met de confrontatie, werd hij aangevallen door een van de broers.

De Rechtbank Amsterdam vond dat er sprake was van psychische overmacht aangezien de broer werd overvallen “door een zodanig gevoel van machteloosheid, dat van die broer in die omstandigheden – mede gelet op de vele zorgwekkende gebeurtenissen, die hieraan vooraf waren gegaan – in redelijkheid niet verwacht kon worden dat hij hiertegen weerstand kon bieden en de gepleegde feiten naliet.

Ook in dit geval was sprake van machteloosheid, naar aanleiding van meerdere, in de eerste alinea beschreven, gebeurtenissen. Gelet op die gebeurtenissen was de wilsvrijheid van de man zodanig aangetast, dat redelijkerwijs niet van hem gevraagd kon worden dat hij weerstand kon bieden aan de door de vriend veroorzaakte druk. Namens de man werd (ook) een beroep op psychische overmacht gedaan.

De beslissing

De politierechter wees dit beroep op psychische overmacht toe. De politierechter vond dat de man, gelet op de genoemde omstandigheden, inderdaad niet verweten kon worden dat hij de vriend had geslagen. Daarom werd de man ontslagen van alle rechtsvervolging en volgde er dus geen veroordeling vanwege mishandeling. Bijkomend voordeel voor de man was dat hij daardoor ook de schade aan het gebit van de vriend, niet hoefde te vergoeden.     

 

Thema: Strafrecht

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Manfield krijgt tik op de vingers vanwege een vingerscan
    Lees meer
  • De Inspectie inspecteert en publiceert
    Lees meer
  • Meerdere opdrachtgevers en een aanbestedingsprocedure, hoe zit dat?
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok