Strafbeschikking? Verzet kan de moeite lonen

Vanaf 1 februari 2008 kan het Openbaar Ministerie voor bepaalde veel voorkomende strafbare feiten (belediging, mishandeling, (winkel)diefstal etc.) zelf een straf opleggen, dus zonder dat er een rechter aan te pas komt. Deze manier van strafoplegging wordt OM-afdoening genoemd. De straf wordt opgelegd door middel van een “strafbeschikking”. De straf kan onder andere bestaan uit een taakstraf van maximaal 180 uren, een geldboete en een rijontzegging. Binnen veertien dagen kan tegen een strafbeschikking verzet worden ingesteld. Wij kunnen dit kosteloos voor u doen.

Als er verzet wordt ingesteld, legt het OM de zaak doorgaans aan de rechter voor. De rechter dient dan te beoordelen of er sprake is van een strafbare gedraging en zo ja, of een straf opgelegd dient te worden. De ervaring leert dat het instellen van verzet geregeld de moeite loont. In sommige gevallen omdat de rechter, in tegenstelling tot het OM, vindt dat er onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling te komen. Er kan dan vrijspraak volgen. Daarnaast komt het regelmatig voor dat de straf die door het OM wordt opgelegd, hoger is dan de straf die rechters opleggen voor diezelfde feiten. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van de volgende praktijkgevallen.

Praktijkgeval A

De man reed met zijn fiets, in beschonken toestand, tegen een auto. De man fietste weg, maar werd door de eigenaar van de auto aangehouden en aan de politie overgedragen. Voor twee gedragingen, het verlaten van een plaats van ongeval en het rijden onder invloed, legde het OM vervolgens een strafbeschikking op aan de man. De straf bestond uit twee geldboetes van € 630,00. Namens de man is verzet tegen de strafbeschikking ingesteld. De zaak is uiteindelijk door de politierechter behandeld.

Tijdens de zitting is aangevoerd dat de man diende te worden vrijgesproken van het verlaten van een plaats van ongeval. Ten laste was namelijk gelegd dat de man de aanrijding had veroorzaakt, als bestuurder van een motorrijtuig. Dit kon echter niet bewezen worden, de man reed op een fiets. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor de oriëntatiepunten die rechtbanken hanteren voor fietsen onder invloed. Daar staat een geldboete van € 100,00! voor. Een totaal ander bedrag dan de door het OM opgelegde geldboete van € 630,00.

De rechter sprak de man inderdaad vrij van het verlaten van een plaats van ongeval omdat hij niet een motorrijtuig bestuurde. Voor het rijden onder invloed wees de rechter op het bedrag van € 100,00 dat normaal gesproken door rechters wordt opgelegd. Omdat de man echter in de tussentijd meerdere keren voor andere strafzaken bij de rechter was verschenen en het rijden onder invloed bij die andere strafzaken ten onrechte niet ‘was meegenomen’ (de man liep daardoor strafkorting mis), paste de rechter een zogenaamd rechterlijk pardon toe. De man werd voor het rijden onder invloed wel veroordeeld, maar hij kreeg geen straf opgelegd.

Het ingestelde verzet heeft er uiteindelijk dus toe geleid dat de man van het ene feit vrijgesproken is en voor het andere feit geen straf opgelegd heeft gekregen. Had de man geen verzet ingesteld, dan had de man € 1.260,00 moeten betalen.

Praktijkgeval B

Een andere man bevond zich in het centrum van Leeuwarden, toen hij zijn middelvinger opstak naar een passerende politieauto. De man werd daarop aangehouden, naar het politiebureau gebracht en verhoord. Na het verhoor (en een nacht op het bureau) mocht de man naar huis. Bij het verlaten van het bureau kreeg de man een strafbeschikking uitgereikt. Hij moest een geldboete van € 750,00 betalen voor het beledigen van een ambtenaar in functie.

Ook namens deze man is verzet ingesteld. Dit is gedaan omdat rechtbanken voor belediging een oriëntatiepunt van € 150,00 hanteren. Dit bedrag kan oplopen tot een bedrag van € 300,00, als het gaat om belediging van een politieagent. Het bedrag van € 300,00 is veel lager dan de door het OM opgelegde geldboete van € 750,00.

Uiteindelijk is het verzet door de rechter behandeld. De rechter heeft de man, conform de geldende oriëntatiepunten, veroordeeld tot een geldboete van € 300,00. Had de man geen verzet ingesteld, dan had hij dus meer dan het dubbele van dit bedrag moeten betalen.

Praktijkgeval C

Het laatste praktijkgeval gaat over een man die in beschonken toestand tegen een andere auto is aangereden. Hiervoor heeft de man een strafbeschikking opgelegd gekregen in de vorm van een geldboete van € 950,00. Namens de man is verzet ingesteld en ook deze zaak kwam daardoor bij de rechter.

Tijdens de zitting is aandacht gevraagd voor de gezondheid van de man. Vanwege verschillende ernstige gezondheidsproblemen had de man zich genoodzaakt gezien om die bewuste dag in de auto te stappen. Met die ernstige achterliggende gezondheidsproblemen had het OM geen rekening gehouden bij het opleggen van de strafbeschikking. De rechter deed dat gelukkig wel en de man kreeg een geheel voorwaardelijke straf opgelegd. Van de opgelegde straf zal de man niets merken, mits hij niet opnieuw met politie en justitie in aanraking komt (binnen de geldende proeftijd).

Deze drie praktijkgevallen maken duidelijk dat een opgelegde strafbeschikking niet zomaar ‘geaccepteerd’ dient te worden. De door het OM gehanteerde maatstaven voor strafoplegging willen nog wel eens (behoorlijk) afwijken van de maatstaven die de rechter hanteert, als de rechter al tot een veroordeling komt. Daarnaast houdt het OM bij de oplegging van een strafbeschikking geen of minder rekening met de persoonlijke omstandigheden en de andere omstandigheden van het geval. Ook hierdoor kan de door het OM opgelegde straf hoger uitvallen.

Het is daarom altijd raadzaam om een strafbeschikking (tijdig) aan een advocaat voor te leggen. Deze kan dan helpen bij het maken van de afweging over het al dan niet instellen van verzet. Bij ons op kantoor kunt u hiervoor terecht bij mr. Ersen Albayrak of mr. Hilde Terpstra. Zij kunnen het verzet dan kosteloos voor u instellen.

Zodra er vervolgens een zittingsdatum bekend wordt voor een behandeling bij de rechter, kan er gefinancierde rechtsbijstand voor de vergoeding van de advocaatkosten voor u worden aangevraagd, een zogenaamde toevoeging. Mocht de aanvraag toevoeging afgewezen worden of een (te) hoge eigen bijdrage opgelegd worden, dan kunt u besluiten het verzet weer in te trekken. Het verzet kan ingetrokken worden tot het begin van de behandeling bij de rechter. Dit om te voorkomen dat u mogelijk meer aan advocaatkosten kwijt zult zijn dan de te betalen geldboete. 

 

Thema: Strafrecht

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Brancheringsbeleid en de Dienstenrichtlijn
    Lees meer
  • Aanvraag om bijstand, een lacune in de Participatiewet
    Lees meer
  • Catharina Ziekenhuis: beschikking fiscale eenheid en toch naheffing btw
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Deze website gebruikt cookies Ok