Beroep tegen administratiekosten bij oplegging boete tóch mogelijk

Uit een arrest van het Hof Leeuwarden van 15 juni 2012 (LJN BW8480) blijkt dat het tóch mogelijk is om beroep in te stellen tegen de € 6,00 administratiekosten bij een boete. Het CJIB vermeldt bij een boete ten onrechte dat beroep tegen deze kosten niet mogelijk is.

 

Door een wetswijziging halverwege 2009 is het voor de overheid mogelijk om administratiekosten in rekening te brengen bij een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften ('WAHV'), ook wel bekend als de Wet Mulder. Met deze wet krijgt u in beginsel te maken wanneer u bijvoorbeeld te hard, door rood licht, of met een telefoon in de hand rijdt. Kortom, vrijwel alle veelvuldig gepleegde verkeersovertredingen vallen onder deze wet. Naast deze boete is het sinds 2009 wettelijk dus ook mogelijk om de administratiekosten aan de wetsovertreder door te berekenen.

 

Het is aan de minister/de staatssecretaris om de hoogte van de administratiekosten te bepalen. Sinds de inwerkingtreding van de wet is deze hoogte op € 6,00 bepaald, maar deze hoogte kan eenvoudig worden gewijzigd, zonder dat de Staten-Generaal hieraan te pas komt. Bovendien vermeldt het Centraal Justitieel Incasso Bureau ('CJIB'), die deze boetes verzendt, op de beschikking dat het niet mogelijk is om beroep in te stellen tegen de oplegging van deze administratiekosten.

 

Met name dit laatste ging te ver voor prof. mr. B.M.J. van der Meulen, hoogleraar recht en bestuur aan de Universiteit van Wageningen. Hij heeft de zaak laten voorleggen aan de rechter, die hem gelijk gaf: er moet beroep tegen de oplegging van de administratiekosten kunnen worden ingesteld. Het Hof Leeuwarden, landelijk de hoogste rechter in dit soort zaken, bevestigt dit oordeel. Het inhoudelijke beroep wordt echter alsnog ongegrond verklaard: er mogen dus nog steeds administratiekosten in rekening gebracht worden. Dit in tegenstelling tot wat de kantonrechter eerder had bepaald. Feit is nu echter dat een belanghebbende beroep kan instellen bij de officier van justitie (en daarna bij de rechter), wanneer u het oneens bent met de administratiekosten. U zult dan echter wel goede argumenten moeten hebben, indien u de hoogte met succes wilt aanvechten; prof. mr. Van der Meulen had die dus niet.

 

Opvallend aan dit recente arrest is de verwijzing van het hof naar een wet uit 1829, die bepaalt dat de rechter in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid van een wet mag beoordelen. Blijkbaar was het hof van oordeel dat de kantonrechter dit had gedaan. Maar impliceert het hof daarmee ook dat het de administratiekosten onbillijk vindt? Het is gissen, maar het lijkt ons niet onaannemelijk. En als dat de houding is van het Hof Leeuwarden, heeft een beroep tegen de administratiekosten, mits goed onderbouwd, wellicht een kans van slagen.

Thema's: Bestuursrecht en Overheid en onderwijs
Auteur: mr. Eric van der Goot

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb bij ruimtelijke plannen
    Lees meer
  • Verhuurders let op: we gaan weer terug naar vaste huurcontracten
    Lees meer
  • Digitale error komt voor risico van de advocaat
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Advocaten en juristen

Wim Bulthuis

Advocaat

Ivo van der Meer

Advocaat

Cynthia Grondsma

Advocaat

Dirk-Jan Westra

Advocaat

José Kemper

Advocaat

Willemijn Kuper

Advocaat

Lisa Blankestijn

Advocaat

Ayla Bosma

Advocaat

Femke de Jong

Advocaat

Gido Kalfsbeek

Juridisch medewerker

Alle advocaten en juristen

Deze website gebruikt cookies Ok