Interessante uitspraak Rechtbank Leeuwarden in strafzaak over zelfverdediging

Onze mr. B. Klunder stond de verdachte bij, die zichzelf met een mes verdedigde tegen nachtelijke belagers.

LJN: BL8624, Rechtbank Leeuwarden , 17/880380-09 VON

 

Datum uitspraak:

23-03-2010

Datum publicatie:

24-03-2010

Rechtsgebied:

Straf

Soort procedure:

Eerste aanleg - meervoudig

Inhoudsindicatie:

Poging tot doodslag, noodweer, proportioneel verdedigingsmiddel.

Uitspraak

RECHTBANK LEEUWARDEN
Sector straf
parketnummer 17/880380-09 VON
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 maart 2010 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres]
De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 9 maart 2010.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Klunder, advocaat te Leeuwarden.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
zij op of omstreeks 15 augustus 2009 te [plaats]
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam] van het leven te beroven, met dat opzet
voornoemde [naam] met een mes, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp, in diens buik/maag(streek), in elk geval in diens lichaam, heeft
gestoken en/of gesneden en/of geprikt, terwijl de uitvoering van dat
voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en
strafoplegging aan verdachte
zij op of omstreeks 15 augustus 2009 te [plaats] aan een persoon genaamd [naam], opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel (te weten een steekverwonding in de buik voor de
geneeskundige behandeling waarvan een operatie noodzakelijk was), heeft
toegebracht, door deze opzettelijk met een mes, althans met een scherp en/of
puntig voorwerp, in diens buik/maag(streek), in elk geval in diens lichaam,
te steken en/of te snijden en/of te prikken;
meer subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van
en strafoplegging aan verdachte
zij op of omstreeks 15 augustus 2009 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan een persoon genaamd [naam], opzettelijk zwaar lichamelijk
letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [naam] met een mes,
althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in diens buik/maag(streek), in
elk geval in diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geprikt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
zij op of omstreeks 15 augustus 2009,
te [plaats],
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
[naam 1] van het leven te beroven,
met dat opzet met een mes, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp, (een) stekende beweging(en) in de richting van het (boven)lichaam
van die voornoemde [naam 1] heeft gemaakt en/of (vervolgens) met dat mes,
althans met dat scherpe en/of puntige voorwerp het (boven)lichaam van die [naam 1] heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet
is voltooid;
Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en
strafoplegging aan verdachte
zij op of omstreeks 15 augustus 2009 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan een persoon genaamd [naam 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel
toe te brengen, met dat opzet met een mes, althans met een scherp en/of puntig
voorwerp, (een) stekende beweging(en) in de richting van het (boven)lichaam
van die voornoemde [naam 1] heeft gemaakt en/of (vervolgens) met dat mes,
althans met dat scherpe en/of puntige voorwerp het (boven)lichaam van die [naam 1] heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet
is voltooid;
3.
zij op of omstreeks 15 augustus 2009,
te [plaats],
met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straatnaam], in elk
geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd
tegen een of meer ruit(en) van een woning (te weten perceel [straatnaam]), welk geweld bestond uit het opzettelijk (met kracht) slaan en/of
stompen tegen een of meer ruit(en) van die woning;
Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en
strafoplegging aan verdachte
zij op of omstreeks 15 augustus 2009,
te [plaats],
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
opzettelijk en wederrechtelijk een ruit(en) van een woning ([straatnaam]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
de heer [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte
en/of haar mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar
gemaakt.
In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in haar belangen geschaad.
Vordering officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:
- veroordeling voor het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde;
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 220 dagen, waarvan 180 dagen
voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaren;
- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;
- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van
€ 1433,00;
- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 1433,00;
- niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [naam] met betrekking tot het
overige;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam] tot een bedrag van
€ 430,01;
- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 430,01;
Beoordeling van het bewijs
De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.
Op 15 augustus 2009 te [plaats]2 hebben [naam] en [naam 1] met geweld tegen de voordeur van verdachte aangebonsd en geschopt. Ze hebben geroepen en [naam] heeft tegen de voorruit aangeslagen. Hierdoor werden verdachte en haar vriend [naam] wakker.3 Verdachte had een mes uit de keuken gepakt4 en heeft vervolgens [naam 1] op zijn sleutelbeen gestoken en [naam] in zijn zij, waarbij zijn maag is beschadigd.5
De rechtbank overweegt op grond van bovenstaande ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde als volgt. Het handelen van verdachte kan naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als te zijn gericht op de dood van beide slachtoffers nu het steken was gericht op het bovenlichaam. Uit de aard van deze gedraging kan worden afgeleid dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ze de slachtoffers op vitale delen van het lichaam kon raken en heeft geraakt en hen van het leven had kunnen beroven.
Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde opzettelijk is begaan en bewezen kan worden.
De rechtbank past met betrekking tot het onder 3. ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:
1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 maart 2010;
2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [naam] (pag. 80).
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1. primair, 2. primair en 3. primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:
1.
zij op 15 augustus 2009 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam] van het leven te beroven, met dat opzet voornoemde [naam] met een mes, in diens maagstreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
zij op 15 augustus 2009 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam 1] van het leven te beroven, met dat opzet met een mes een stekende beweging in de richting van het bovenlichaam van die voornoemde [naam 1] heeft gemaakt en vervolgens met dat mes,
het bovenlichaam van die [naam 1] heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
zij op 15 augustus 2009 te [plaats], met een ander, aan de openbare weg, [straatnaam], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een ruit van een woning, te weten perceel [straatnaam] welk geweld bestond uit het opzettelijk met kracht slaan tegen een ruit van die woning.
De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende kwalificaties op:
1. primair Poging tot doodslag;
2. primair Poging tot doodslag;
3. primair Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, terwijl de schuldige opzettelijk goederen vernielt.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verdediging door verdachte noodzakelijk en geboden was. Er was sprake van een belaging met geschreeuw, gebonk en getrap tegen de deur. Daarnaast werd er door de latere slachtoffers ook ander geweld toegepast. Zo werd onder meer een hard voorwerp naar binnen gegooid, waar verdachte door is geraakt. Dat verdachte met een mes heeft getracht de jongens op afstand te houden, is daarom ingegeven door de dreigende situatie.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting het standpunt ingenomen dat er geen sprake is geweest van een noodweersituatie. De deur werd door [naam] opengedaan op een moment dat er niet op de deur werd gebonsd, zo blijkt volgens de officier van justitie uit het opgenomen telefoongesprek met de meldkamer. [naam] had op dat moment derhalve reeds contact met de politie en verdachte stond hierbij. Uit de verklaringen van beide slachtoffers en getuige [naam getuige] blijkt bovendien dat verdachte vrijwel meteen stekende bewegingen maakte richting de slachtoffers. Verdachte en [naam] hadden op de politie kunnen wachten of via de achterdeur naar buiten kunnen gaan.
Indien de rechtbank een noodweersituatie wel aannemelijk acht, zijn naar de mening van de officier van justitie de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden. De slachtoffers waren twee jongens, die geen zichtbaar wapen droegen, zodat een mes een te zwaar middel was voor de verdediging.
Voorts acht de officier van justitie psychische overmacht niet aanwezig. Meteen na het gebeurde handelde verdachte immers rationeel. Ze verdacht de buurman als de aanstichter van de aanval en sloeg zijn raam in.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het proces-verbaal blijkt dat [naam] en [naam 1] naar de woning van verdachte en haar partner [naam] gingen om verhaal te halen. [naam 1] had zijn shirt gewisseld voor een vest met een capuchon, zodat hij zich onherkenbaar kon maken. Ze hadden ook de nodige alcohol gedronken. Vervolgens hebben zij midden in de nacht verdachte en haar vriend [naam] gewekt door op de deur te bonken, tegen de deur te trappen, tegen de voorruit te slaan en hard te roepen. Uit het forensisch onderzoek blijkt dat aan de buitenzijde van de deur van de woning een ronde beschadiging zat en ter hoogte van het slot zaten zwarte vegen. Dit past in het beeld van het trappen tegen het paneel van de deur. Verder blijkt uit voornoemd onderzoek dat, gelet op de positie van de opsluitlatten en de aard en structuur van de scheur in het paneel, het zeer waarschijnlijk is dat het paneel met geweld uit de deur is gehaald. Het gaat om een geweldsinwerking die zeer waarschijnlijk van buiten naar binnen was gericht. Voorts volgt uit de verklaringen van verdachte en haar partner dat [naam] en [naam 1] een aardewerken pijp en een hanging basket de hal in hebben gegooid, welke tegen het hoofd van verdachte is aangekomen. In de opname van het gesprek van [naam] met de meldkamer kan een klap tegen materiaal, lawaai en slaggeluiden waargenomen worden, alvorens er werd gesproken over een mes.
De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot de conclusie dat verdachte in haar eigen huis angst aangejaagd werd door meerdere onbekenden die zich gewelddadig gedroegen. Verdachte was bang dat de deur zou worden ingetrapt, wat uiteindelijk ook is gebeurd, en was logischerwijs in de veronderstelling dat deze mensen kwade bedoelingen hadden. Haar angst werd versterkt door het feit dat verdachte en haar partner al geruime tijd waren verzeild in een burenruzie.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat er sprake is geweest van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding waartegen verdediging noodzakelijk en geboden was. Redelijke alternatieven om zich aan het dreigende geweld te ontrekken waren er niet. Verdachte heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het niet goed mogelijk was om uit de woning te vluchten via de achterdeur, omdat de achterdeur moeilijk openging en zij vervolgens de deur van de tuin nog zou moeten openen, waarbij zij vreesde dat haar belagers haar daar inmiddels zouden zijn komen opwachten. Verdachte wilde verder niet vluchten, omdat ze haar hond wilde beschermen. Het door verdachte gekozen verdedigingsmiddel, te weten het mes, was in deze situatie begrijpelijk en niet onevenredig. De rechtbank is kortom van oordeel dat verdachte de noodweersituatie aannemelijk heeft gemaakt en dat haar verdediging niet buiten proportioneel is geweest. Daarmee vervalt de strafbaarheid van het feit en moet verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van het onder 1. en 2. ten laste gelegde.
Het onder 3. primair ten laste gelegde feit is wel strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte met betrekking tot feit 3. primair strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat met betrekking tot feit 3. primair in aanmerking:
- de aard en de ernst van het gepleegde feit;
- de omstandigheden waaronder dit is begaan;
- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren
komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister en het voorlichtingsrapport;
- de vordering van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsvrouw.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijk geweld. In een nacht waarin zijzelf op ruwe wijze werd opgezocht door een paar dorpsgenoten, vernielde verdachte samen met haar partner de ruit van de woonkamer van haar buren. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat haar buren, achter de gebeurtenissen zaten die kort daarvóór hadden plaatsgehad. Zoals reeds uiteengezet gaat de rechtbank ervan uit dat daarbij sprake was een onmiddellijke aanranding van verdachtes lijf en goed. Zij heeft vervolgens uit noodweer met een mes gestoken, waarbij één van haar belagers gewond is geraakt.
Hoewel ook door verdachte een strafbaar feit is gepleegd moet dat feit naar het oordeel van de rechtbank worden geplaatst in het perspectief van alles wat die nacht is gebeurd. Verder is van belang dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en dat zij gedurende veertig dagen in voorarrest heeft gezeten op verdenking van poging tot doodslag. Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de vernieling moet worden volstaan met een schuldigverklaring zonder strafoplegging.
Benadeelde partijen
[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren nu zij verdachte niet strafbaar heeft geacht aan de ten laste gelegde geweldshandeling en heeft ontslagen van alle rechtsvervolging.
[naam] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 3. ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.
De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan haar als een gevolg van haar handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet dan wel onvoldoende door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken, derhalve gegrond en voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.
De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9a, 36f, 41, 45, 57, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:
Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren, doch niet te zijn een strafbaar feit.
Ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.
Verklaart het onder 3. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.
Bepaalt dat te dier zake geen straf zal worden opgelegd.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat de benadeelde partij [naam] niet ontvankelijk is in de vordering.
Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten draagt.
Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam], [adres], toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 430,01 (zegge: vierhonderdendertig euro en een eurocent), in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer
[naam], te betalen een som geld ten bedrage van € 430,01 (zegge: vierhonderdendertig euro en een eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van acht dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.
Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en vice versa, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. J. van Bruggen en mr. F. Kleefmann, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 maart 2010.
Mr. F. Kleefmann is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde proces-verbaal met OPS-dossiernummer 2009086007, gesloten op 21 december 2009.
2 Het is een feit van algemene bekendheid dat [plaats] is gelegen in de gemeente Kollumerland Ca.
3 Het proces-verbaal van verhoor van [naam 1], d.d. 16 augustus 2009, pagina 50. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 15 augustus 2009, pagina 211.
4 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting.
5 Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 16 augustus 2009, pagina 50. Het proces-verbaal van verhoor van [naam], d.d. 15 augustus 2009, pagina 66. Het verslag letselonderzoek. d.d. 17 augustus 2009, pagina 118-119.

Meer nieuws Nieuwsbrief

Actueel

  • Over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb bij ruimtelijke plannen
    Lees meer
  • Verhuurders let op: we gaan weer terug naar vaste huurcontracten
    Lees meer
  • Digitale error komt voor risico van de advocaat
    Lees meer

Meer nieuws Nieuwsbrief

Advocaten en juristen

Wim Bulthuis

Advocaat

Ivo van der Meer

Advocaat

Cynthia Grondsma

Advocaat

Dirk-Jan Westra

Advocaat

José Kemper

Advocaat

Willemijn Kuper

Advocaat

Lisa Blankestijn

Advocaat

Ayla Bosma

Advocaat

Femke de Jong

Advocaat

Gido Kalfsbeek

Juridisch medewerker

Alle advocaten en juristen

Deze website gebruikt cookies Ok